Home » Medisch » Algemene medische basiskennis dieren
Algemene medische basiskennis dieren

Algemene medische basiskennis dieren

Vrouwelijk geslachtsapparaat:

  • 2 ovaria = eierstokken
  • 2 infundibuli met fimbrae
  • 2 oviducti = eileiders
  • 2 uterushoorns = baarmoederhoorns
  • Corpus uteri
  • Cervix = baarmoederhals
  • Vagina
  • (urethra)
  • Vulva

Ovarium = eierstok

Gepaard orgaan, caudaal ( richting van staart) van nier.
Grootte en vorm is afhankelijk van : diersoort & fase van cyclus.
Dubbele functie : productie eicellen & productie hormonen.

 

De ovaria produceren alleen eicellen gedurende de foetale ontwikkeling. Na de geboorte v/h dier liggen er zo’n 400.000 eicellen in beide eierstokken.

Bij de mannelijke dieren worden de zaadcellen via een gesloten zaadleider afgevoerd. Bij de vrouwelijke dieren komen  rijpe eicellen vrij uit de eierstok en kunnen afdwalen naar de buikholte. Deze kans is klein, omdat de eierstok omgeven is door een aantal vliezen, die een “ontsnapping” bemoeilijken. Bovendien zal de eicel ook worden aangetrokken door de tuba oviducti= trechtervormige begin van de oviduct ( eileider). De tuba is bedekt met trilhaar en veroorzaakt hiermee een bepaalde stroomrichting, waarin de eicel verplaatst wordt. Oviduct voert contracties uit.

Indien er bevruchting optreedt , gebeurt dit meestal in het bovenste uiteinde van de oviduct, vlakbij de tuba oviducti. Tijdens de tocht door de oviduct naar de baarmoeder begint reeds de embryonale ontwikkeling door deling van de bevruchte eicel.

In de vagina (copulatieorgaan)  mondt de afvoerbuis van de urineblaas uit. Vanaf dat punt wordt de gang ook wel vulva genoemd. De vulva is uitwendig zichtbaar in de vorm van schaamlippen.

In de wand van de vagina, grenzend aan de vulva, bevinden zich links en rechts de klieren van Bartholin , die slijm aanmaken om de vagina glad en vochtig te maken voor en tijdens de copulatie.

Oviduct = eileider

Infundibulum met fimbriae –) opvang eicel.
Opbouw wand oviduct ( van binnen naar buiten):

  • Mucosa
  • Submucosa
  • Subserosa
  • Serosa

Uterus = baarmoeder
Verschillende afmetingen hoorns, corpus en cervix per diersoort.
Opbouw wand uterus ( van binnen naar buiten):

  • Endometrium ( mucosa)
  • Myometrium ( spierlaag)
  • Perimetrium ( serosa)

Cervix = baarmoedermond
Sterk geplooide mucosa met mucus producerende klieren.
Functie = afsluiting uterus.
Tijdens dracht : slijmprop en hyperplasie/ hypertrofie spieren.
Tijdens partus: verwijden.
Verslapping bindweefsel o.i.v. enzym hyaluronidase.

Vagina en vulva

Uitmonding urethra in vagina –) belangrijk bij catheterisatie teef.
Zwelling vulvalippen tijdens pro-oestrus door verhoogde doorbloeding.
Verstrijken dorsale ( aan rugzijde) commissuur ( bindweefsel verbinding tussen 2 weefseldelen) tijdens oestrus ( paardrift).

 

Voortplanting hond

Periode vanaf de ene tot de andere rijping noemt men de ovulatiecyclus. Deze cyclus wordt alleen onderbroken door graviditeit ( zwangerschap of dracht).

De primitieve eicel gaat zich eerst omgeven door enkele lagen cellen en wordt een follikel.
De cellen, die om de eicel heen liggen noemen we de follikelcellen.
Onder invloed van het steeds groter wordende concentratie van oestrogeen neemt de Graafse follikel steeds meer vocht op in de vacuole. Dit leidt tenslotte tot het uiteen barsten van de vacuole. Dit noemen we de ovulatie.
Daarnaast zorgt oestrogeen ervoor dat de baarmoederwand zich gaat veranderen.

Het begin van de pro-oestrus is uitwendig waar te nemen door het optreden van een bloederige afscheiding uit de vulva.
De schaamlippen zijn strak gespannen en voelen warm aan.
De teef begint in de pro-oestrus aantrekkelijk te worden voor reuen, maar laat een dekking nog niet toe.

Cyclus teef:

  • Mono – oestrisch dier ( 1 oestrische cyclus per jaar)
  • Eerste loopsheid op leeftijd 6-9 maanden
  • Anoestrus,ca. 3maanden rustperiode, per diersoort verschillend.
  • Pro-oestrus, gemiddeld de rijping van aantal cellen begint. ca. 9 dg , rijping follikels, gein bloeding, teef wordt aantrekkelijk = begin loopsheid.
  • Oestrus,(= bronst) ca. 9dg ( rijping van de eicellen is compleet), ovulatie, aantal eicellen diersoort afhankelijk, unipaar (–) multipaar.
  • Met-oestrus , ca 2 mnd, baarmoederwand bereidt zich voor op eventueel bevruchte cellen.
    hoge concentratie progesteron. Dracht: uitgroei melkklieren icm prolactine.
    Geen dracht: regressie corpus luteum.

In de oestrusperiode , de bronst, zijn de follikels gerijpt en zijn de concentraties oestrogenen op hun hoogtepunt gekomen. Juist op dat tijdstip barsten de follikels open en worden de eicellen naar buiten geslingerd. Dit verschijnsel, de ovulatie, is het kenmerk van de brost of oestrus.

Stille bronst = alle verschijnselen van pro-oestrus en oestrus blijven voor de eigenaar onopgemerkt.

Brulziekte= als er geen ovulatie plaats vindt maar de concentratie oestrogeen is zeer hoog. Koeien worden onrustig en loeien voortdurend.

Het achtergebleven restant van de follikel wordt door ingroei van omliggende cellen omgebouwd tot het gele lichaam.

De oestrus kenmerkt zich uitwendig door verminderde bloedingen.

De totale duur van de oestrus beloopt gem. ook weer 9 dagen.

De met-oestrus wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote concentraties progesteron, zorgt voor:

  • Bevordert de dracht
  • Bereidt de uteruswand voor op implantatie van de vrucht
  • Vermindert spierspanning van de uterus
  • Maakt de uterus minder ontvankelijk voor de samentrekkende invloed van het oxytocine
  • Verhindert de vorming van FSH in Hypofyse, zodat geen nieuwe ovulaties kunnen optreden
  • Zorgt in samenwerking met Prolactine voor uitgroei van de melkklieren.

Bij geen dracht; spoedig volgt regressie van het gele lchaam en een daling van progesterongehalte.
Met-oestrus duurt ca. 2 maanden.

Bij vrouwen voltrekt de baarmoederwandafbraak zich zo snel, dat de bloedvaten in de wand de vrijkomende afbraakproducten niet voldoende snel kunnen afvoeren, zodat afvoer gaat plaats vinden via de vagina.
Dit mag geenszins vergeleken worden met de bronstbloedingen bij de dieren: bronstbloedingen vinden plaats tijdens de opbouwfase van de pro-oestrus, menstruatiebloedingen vinden plaats tijdens de afbraakfase van de met-oestrus.

De verschrompeling van het gele lichaam en het stopzetten van de progesteronproductie vindt plaats onder invloed van prostaglandines.

Bij schijndracht verschrompeld het gele lichaam niet. Gele lichaam heeft niet het eeuwige leven en gaat na ca. 2 maanden toch ten gronde.
Tijdsduur van de schijndracht in de met-oestrus en de lengte van drachtigheid zijn even groot, dit kan de fokker parten spelen.

Anoestrus
Zodra de rem van het progesteron op de productie FSH is weggevallen, start de ovulatiecyclus weer opnieuw en zo ontstaat een steeds doorgaande cyclus van pro-oestrus, oestrus, (di-oestrus), met-oestrus, pro-oestrus….

Bij sommige diersoorten kan er een rustperiode komen, hier is dan geen enkele sexuele activiteit aanwezig.

Bij honden is de an-oestrus een gewone periode van de totale ovulatiecyclus, die ongeveer 3 maanden aanhoudt alvorens een nieuwe cyclus start.
Menopauze mag niet worden vergeleken met an-oestrus. Bij vrouwen zijn er dan in de eierstokken geen primitieve eicellen aanwezig, zodat er ook geen rijping meer kan plaats vinden. Dus een gedwongen rust.
Daarentegen produceert de hypofyse nog wel FSH en LH , maar omdat er geen primitieve eicellen meer zijn en er dus ook geen follikels meer kunnen worden gevormd, kan er ook geen oestrogeen en progesteron meer worden gevormd in de eierstokken.
De menopauze heeft een tweetal opmerkelijke effecten:

  1. De hypofyse wordt niet meer door oestrogeen en progesteron geremd en blijft ongelimiteerd FSH en LH produceren.
  2. Oestrogenen hebben een zijdelings effect op de verkalking van de botten. Zonder oestrogenen decalcificeren de botten langzamerhand en worden breekbaar ( daarom aan oudere vrouwen opnieuw de pil voorschrijven).

Optimale dektijdstip:

Testen met reu.
Progesteron bepaling bloed:
– voor ovulatie al stijging progesteron
– geproduceerd door rijpe follikel

Vaginaal onderzoek/ uitstrijkje

Teef 2 x laten dekken?

Wanneer?

Symptomen schijndracht:

  • Melkklierzwelling, soms melksecretie
  • Gewichtstoename/ toename buikomvang
  • Gedragsveranderingen ( aanhankelijk, onrustig)
  • Nestbouw

Therapie en prognose
In de meeste gavllen spontaan “herstel”.
– psychische verschijnselen na 5 – 8 dg
– melksecretie na 2 a 3 wk

Therapie:

  • veel beweging
  • matig voeren
  • prolactine remming d.m.v medicijnen
  • ovario(hyster)ectomie

 

Ovario(hyster)ectomie

eier uterus verwijderen.

  • Niet meer loops worden
  • Lager risico melkkliertumoren
  • Geen baarmoederontsteking
  • Minder kans op diabetes mellitus
  • Geen schijndracht meer

Pyometra = baarmoederontsteking.
Bij open baarmoederontsteking kan pus eruit en antibiotica.
Binnen baarmoederontsteking dan geen antibiotica want dat heeft geen nut.

Ovario (hyster)ectomie:

  • Onomkeerbaar
  • Zwaarder worden
  • Verandering vacht ( pluizig)

Urine-incontinentie & verandering gedrag.

Drachtigheidsdiagnostiek teef:

  • Toename buikomvang
  • Palpatie foetussen via buikwand (28-32 wk, daarna geen ampullen meer)
  • Röntgendiagnostiek vanaf dag 42-45
  • Echografie vanaf dag 30

Enkele hormonen bij de teef:

  • FSH = follikel stimulerend hormoon ( bij vrouw groei en rijping follikels in eieirstokken)
  • LH = luteiniserend hormoon ( stimuleert eirijping en eisprong)
  • FSH – RH = FSH releasing hormoon
  • LH – RH = LH releasing hormoon
  • Oestrogeen ( reguleren menstruele cyclus en bij zwangerschap)
  • Progesteron
  • PG F2 a(alfa)= prostaglandine F2 a(alfa)
  • Prolactine
  • Oxytocine
  • Relaxine

Hormoonverandering in cyclus teef:

LH en FSH ( uit hypofyse na vrijkomen FSH – rh en LH – rh uit Hypothalamus).
Functie : rijping eicellen.
Oestrogeen ( gevormd in de follikels)
Functie:
–  ovulatie

  • Verdikking baarmoederwand.

Progesteron ( uit rijpe follikels en corpus luteum = c.l.) = gele lichaam.

  • Begin met – oestrus
  • Voorbereiding op implantatie eicel
  • Negatieve feedback op FSH ( wordt onderdrukt) – vorming in hypofyse
  • Uitgroei melkklieren, samen met prolactine uit hypofyse

Prostaglandines ( = PG F2a (alfa) uit baarmoederwand).
– regressie ( afbraak/ kleiner worden) c.l. en stoppen progesteronproductie

Hormoonverandering rond partus:

Relaxine ( uit placenta):

  • Helpt bij openen cervix door relaxatie spieren
  • Melkklierontwikkeling in laatste deel dracht

Oxytocine ( verhoging door druk van foetus in geboortekanaal):

  • Stimuleert uteruscontracties

Stress foetus → ACTH ↑→ cortico’s ↑

Invloed cortico’s op moeder:

  • Placenta : progesteron omzetten in oestrogeen
  • PGF2 α↑→progesteron ↓

En oxytocine ↑→

  • Als progesteron ↓→ PIH ↓→ prolactine ↑
  • Als oestrogeen ↑→ relaxine ↑

Dracht en partus ( = bevalling)

Draagtijd teef : ca. 63 dg ( 56-70dg)
Aantal rijpe eicellen varieert: (10-30)
Hormoonveranderingen rond partus:

  • Vermindering progesteronproductie c.l. en chlorion →afgifte oxytocine omhoog
  • Verhoging oestrogeenproductie
  • Relaxine omhoog.

Met veel pups eerdere partus.

Voortekenen voor de partus:

  • Vaker urineren
  • Verslappen bekkenbanden/ inzakken flanken
  • Zwellen vagina en vulva
  • Zwellen melkklieren, ook wat secretie
  • Extra slijmproductie en uitvloeiing
  • Nestbouw
  • Daling lichaamstemperatuur ( dan binnen 24h partus)
  • Onrust

Partus in fasen:

Ontsluitingsfase: ca. 12 uur
– uteruscontracties
– oprekken cervix door vruchtblazen
uitdrijvingsfase: ca. 15-45min per pup
– uteruscontracties
– reflectoir optredende buikweeën
Nageboortefase: max. 24 uur
– afkomen nageboorte, retentio secundinarum ( nageboorte komt er niet af)

Enkele mogelijke complicaties:

  • Ruptuur uterus ( scheuring baarmoeder bij stuitligging)
  • (relatief) te groot jong → breedschedeligen
  • Septa(septum) en stricturen vulva
  • Vaginale hyperplasie ( wand van de vagina zakt door de vulva naar buiten)en prolaps( verzakking)
  • Afwijkende ligging
  • Dood jong → mummificatie( indrogen van afgestorven lichaamsdelen), maceratie( verweking van weefsel door afbraak of vertering door het lichaam zelf) , emfysemateuze vrucht ( vrucht met lucht in de weefsels, gevolg is rotting).

Enkele anatomische veranderingen bij de pup rond de geboorte:

  • Foetale atelectase
  • Opening in septum tussen linker en rechter atrium
  • Ductus botalli tussen aorta en longslagader
  • Sluiting navelvaten
  • Sluiting urachus

Embryonaal hart: ductus botalli = de verbinding tussen de longslagader en de aorta, deze sluit na de geboorte.

Vruchtvliezen = foetale membranen.
Chorion = buitenste vlies = waterblaas.
Amnion = binnenste vlies = pootjesblaas.
Allantois = foetale urineblaas = tussen chorion en amnion in.

 

Mannelijk geslachtsapparaat

  • Testikel
  • Epidydimis = bijbal
  • Ductus deferens = zaadleider
  • Scrotum = balzak
  • Accessoire geslachtsklieren
  • Urethra en penis

Testikels:

Het scrotum is 1 tot 8 graden beneden de lichaamstemperatuur. Bij verhoging van temperatuur minder vruchtbaar.

Dubbele functie : productie mannelijke geslachtshormonen, testosteron en androsteron.
Productie zaadcellen: gevoelig voor hoge temperaturen.
Liggen in scrotum, na afdaling uit buik rond geboorte.
Diersoort verschillend in grootte, ligging en vorm.
Testis ligt in tunica vaginalis ( omhullend vlies) = uitzakking peritoneum.
Testikelweefsel bevat: cellen van Leydig: vorming testosteron en androgenen. Sertolicellen: voeding spermatozoïden.

De reu
Caverneus type penis met penisbotje (alle carnivoren) waarin urethra zich bevindt.
Slechts 1 accessoire geslachtsklier= prostaat.
Monorchisme( slechts 1 van de ballen is ingedaald) ↔cryptorchisme ( beide ballen zijn niet ingedaald, nog in de buikholte of lieskanaal) = erfelijk →verminderde vruchtbaarheid.
We spreken dan van binnenberen, klophengsten, klopstieren en kryptorchide reuen.

Bij konijnen is rondom de zaadleider een goed ontwikkelde spier aanwezig. In het dekseizoen is de spier ontspannen en liggen de testikels in het scrotum. Buiten het dekseizoen trekt de spier zich samen en liggen de testikels in de buikholte. ( kan ook bij schrik).

Balanoposthitis = etterachtige ontsteking van eikel en voorhuid.

Testikeltumoren:
Sertoliceltumor:

productie oestrogenen → feminisatie, dikker worden, haaruitval, opzetten melkklieren.

Tumor van interstitiele ( tussen de structuren/ cellen) cel van Leydig.

Tweeledige functie testikels:

  1. Productie spermatozoïden
  2. Zorgen voor aanmaak mannelijke geslachtshormonen testosteron en androsteron.

Mannelijke hormonen = androgenen.
Testosteron , gevormd in:

  • Cellen van Leydig
  • Bijnierschors
  • Placenta
  • Ovaria

Functies:

  • Libido
  • Mannelijke geslachtskenmerken
  • Ontwikkeling penis en urethra
  • Ontwikkelen en functioneren accessoire geslachtsklieren.

Fimosis = voorhuidsvernauwing.

Regulatie testikelfunctie:
Onder invloed van L.H. (uit hypofyse): verhoging testosteronproductie.
Via negatieve feedback: verlaging testosteronproductie.
Hypofyse reageert onder meer op:

  • Hoeveelheid daglicht
  • Voedingsdeficiënties
  • Hoge omgevingstemperaturen

Spermacel.

Acrosoom = kopkap met enzymen.
Kop, bevat genetische informatie = DNA.
Verbindingsstuk  →veel mitochondrien.
Flagel = staart.

Rijping spermatozoïden:
Spermatocyt ontstaat aan rand testikel: mitotische deling.
Migratie naar centraal: 1e meiotische deling, 2n →n chromosomen.
Mitose → n→n
Uit 1 primaire spermatocyt (2n chromosomen)→ 4 gameten ( n chromosomen).

De stamcellen delen zich voortdurend. Het ene deel blijft de functie van stamcel behouden.  Het andere deel wordt van de zijwanden weggedreven en omgevormd tot zaadcellen. Hoe centraler ze komen te liggen, hoe meer zij worden onderworpen aan het rijpingsproces tot zaadcel.

Delingsactiviteiten worden direct beïnvloed door FSH van de hypofysevoorkwab. Rijping wordt door dit hormoon min of meer indirect bevorderd door de stimulatie van de zogenaamde Sertollicellen, die de zaadcellen een bepaalde voeding verstrekken.

Tijdens de rijpingsfase ondergaan de cellen vormverandering, zweepstaart.

Tussen het zaadvormende weefsel en de Sertollicellen vindt men ook nog andere cellen, de interstitiele cellen van leydig. ( produceren testosteron en androsteron).  Deze zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van de secundaire mannelijke geslachtskenmerken.
Primaire geslachtskenmerken zijn de geslachtsorganen zelf en secundaire alle andere kenmerken die een dier een mannelijk voorkomen geven.
Deze hormonen zorgen voor:

  • Betere benutting eiwitten als bouwstof ( betere bespiering)
  • Geringere afzetting onderhuids bindweefsel
  • Typische anatomische kenmerken ( hanekam, verenpracht)
  • Het gedrag

Sertolicellen produceren een geringe hoeveelheid oestrogeen, wordt via urine uitgestoten.
Bij monorche en kryptorche dieren kunnen Sertolicellen op den duur tumoreus ontaarden, waarbij de productie van oestrogenen flink toeneemt. Dan zien we wel veranderingen: langzame feminisatie: dikker worden, haaruitval, opzette melkklieren).
Seroliceltumoren zijn in de regel niet geneigd tot uitzaaien en kunnen door een relatief eenvoudige operatie worden verwijderd, waarna de te sterke feminisatieverschijnselen weer op hun retour gaan.

Sperma:
Rijping in epididymus.
Passageduur: diersoortafhankelijk ( 10-20dg)
Weken tot maanden overleving in epididymus.
Beweging vnl. passief in mannelijk dier:

  • Contracties gladde spiercellen.
  • Peristaltische contracties epididymus
  • Vloeistofstroom, zorgt voor juiste pH=zuurgraad.
  • Ejaculatie door contractie m.urethralis en m.bulbospongiosus.

Sperma in vrouwelijk dier:
Sperma zelf beweeglijk en onder invloed van contracties vrouwelijk geslachtsapparaat ( oxytocine).
Overlevingstijd spermacellen: in vrouwelijk dier: enkele tientallen uren, vergelijk overlevingstijd eicellen.
Bij sterilisatie onderbreekt men de zaadleider. Hormoonproductie gaat door. Bij castratie worden de testikels en de bijballen geheel verwijderd , dus geen zaadproductie of hormoonproductie.

Als gevolg van castratie valt de hormoonproductie van de cellen van Leydig weg. Productie van geslachtshormonen wordt dan alleen voortgezet door de bijnieren.  Als eerste verschijnsel ziet men dat de dieren vetter gaan worden. Afhankelijk tijdstip castratie kan ook de geslachtsdrift verdwijnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*