Home » Beweging » Beenstanden van een paard
Beenstanden van een paard

Beenstanden van een paard

Gestrekte stand:

Erfelijke factoren en aandoening voorhoeven( bevangenheid). Paard vertoont minder snelle gangen. Voorbenen slijten sneller.

In de knieën staan ( bokbenig):
Bij oudere paarden die veel hebben gewerkt ( ren- of springpaard). Trachten pees- en bandapparaat van het onderbeen te ontlasten. Kan ook aangeboren zijn. Duidt op zwakke voorhand.

Ondergeschoven stand:
Kan erfelijk zijn, of als paard ten gevolge van pijn de achterzijde van de voet wil ontlasten. Bij een aantal aandoeningen binnen de hoornschoen kan het paard bij pijn in de achterste hoefhelft ook behoefte hebben het been voor de loodlijn te zetten.
Dergelijk paard heeft minder groot ondersteuningsvlak.

Hol in de knieën:
Omgekeerde van bokbenigheid. Vaak aangeboren en veroorzaakt onevenredige belasting van de banden, pezen en peescheden van de voorbenen. Dergelijke paarden hebben weleens de neiging te struikelen.

Verschillende beenstanden van een paard

 

Voetstanden:

Steile kootstand:
koten staan onder een grotere hoek dan 50 graden.
Schok wordt minder goed gebroken en er is sprake van extra slijtage van de gewrichten. Steile stand gaat vaak gepaard met gallen. Steile kootstand ziet men wel bij oudere paarden die door slijtage in de knieën staan.
Duidt ook op pijn in de ondervoeten, vooral t.g.v. hoefkatrol-,  kogelkatrolontsteking. Paarden hebben dan een stotende gang.

Week of zwak gekoot:
Voetas kleiner dan 45 graden. Door het diep doortreden heeft het slijtage van vooral de buigpezen tot gevolg. Weke kootstand gaat gepaard met slechte constitutie ( slecht ontwikkelde spieren en gewrichten).

Beervoetigheid en bokhoef:
Beervoetigheid is de stand waarbij de voetas naar voren gebroken is; er is sprake van sterke slijtage van de buigpezen, banden en peesscheden op de achtervlakte van het kootgewricht. Dan zien we een bokhoefje.
Bij lage verzenen is de voetas naar achteren gebroken.
Komt meer voor aan de achterbenen dan voor.

Beenstanden voorbenen:
Onder zich staande stand ( ondergeschoven):

Kan aangeboren zijn of duiden op pijnlijke voorhoeven omdat het paard deze wil ontlasten.
Extra slijtage en minder ruime beweging van de achterbenen.

Bodemnauwe stand:
waggelende gang met kans op strijken. Buitenhelft van de hoeven zal zwaarder worden belast dan de binnenhelft. Gewrichten en hoeven slijten onevenredig. Vaak scheve hoeven.

O-benen ( wijd in de voor knieën) ( toontrederig)
Binnenzijde voor knieën wordt sterker belast dan de buitenzijde, onregelmatige slijtage, onregelmatige gang.  Maaien.

X-benen ( nauw in de voor knieën):
Buitenkanten van de voorkniegewrichten worden zwaarder belast. Onregelmatige gang. Kans strijken voorbenen. Treden makkelijk beengebreken op.

Franse stand:
Komt voor bij loodrechte beenassen, voetas maakt van voren gezien een afwijkende hoek naar buiten.  Groter steunvlak dan normaal en onregelmatige belasting gewrichten.  Scheppende gang, kans op strijken.

Toontrederstand:
Voetassen wijken bij loodrechte beenstand naar binnen uit.  Sms een voorbeen deze afwijking. Steunvlak wordt verkleind. Onregelmatige belasting gewrichten. Maaien.

Beenstanden achterbenen:
Gestrekte stand:

Aangeboren, gaat gepaard met minder ontwikkelde rug- en lendenspieren. Niet zo geschikt als rijpaard.

Sabelbenigheid:
kromme benen. Vroegtijdige slijtage van spronggewricht wardoor harde beengebreken als hazehak en spat kunnen ontstaan.

Recht of steil in de spronggewrichten:
Rechte stand genoemd heeft minder voortstuwing van de achterhand en kans op extra grote slijtage van de spronggewrichten tot gevolg.  Problemen met de knie.

Voetstanden van de achterbenen:
Steil in de koten:

Van nature is de stand van de koten achter iets steiler dan voor. Bij steiler dan normaal, gevolg van slijtage en veel werk op harde bodem.

Beenstanden van de voorbenen:
Bodemwijde stand:

Binnenhelft van de hoeven sterker belast dan de buitenhelft. Hetzelfde bij de gewrichten waardoor onregelmatige slijtage optreedt. Afwijkende gangen.

Wijde stand:
Sprong- en kootgewricht slijten onregelmatig. Versnelde kans op beengebreken. Waggelende gang.

Bodemnauwe stand:
Onregelmatige slijtage gewrichten, grote kans op beengebreken. Van achteren toont paard nauwe gang met kans op strijken en kruisen.

Wijd in de hielen:
te vergelijken met O-benigheid en duidt op slechte achterhand. Onregelmatige voorwaartse beweging en over het algemeen biljarderen. Onregelmatige belasting gewrichten en afwijkende gangen.

Koehakkigheid:
Te vergelijken met X-benigheid. Nauw in de hakken staan. Niet erg bezwaarlijk.

Toontrederstand:
Komt aan de achterbenen minder vaak voor. Maaiende gang.

Al deze afwijkingen zijn een overbelasting van de gewrichten en pezen waardoor snel grotere, niet te herstellen slijtage kan optreden. Aangepast beslag. Om de 6-8 weken bekappen bij jonge paarden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*