Home » Medisch » Het Cushing syndroom bij paarden
Het Cushing syndroom bij paarden

Het Cushing syndroom bij paarden

Het Cushing syndroom (dysfunctie van het pars intermedia van de hypofyse) is een frequent probleem in de paardenpraktijk. Gezien de toenemende levensverwachting van het paard en de betere bekendheid omtrent deze aandoening bij paardenhouders en dierenartsen kan verwacht worden dat Cushing syndroom steeds vaker vastgesteld zal worden.

De naam “ziekte van Cushing” is veranderd in PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction).

Het syndroom van Cushing, ook wel kortweg Cushing genoemd komt met name voor bij oudere paarden. Kenmerk van dit syndroom is een te hoge cortisol productie door de bijnieren.
Cortisol is een hormoon dat heel veel belangrijke regulerende functies heeft binnen het lichaam.

 

Functies Cortisol:

  • bepaalt het slaap- en waakritme
  • het beïnvloedt de vertering van voedsel
  • het afweersysteem aansturen
  • een ontstekingsremmend effect
  • remt de werking van het afweersysteem af

Cortisol wordt ook wel het stresshormoon genoemd. Het speelt een rol bij acute stress wanneer adrenaline voor een vlucht of vecht reactie heeft gezorgd, waarbij veel energie verbruikt wordt. Cortisol komt daarna vrij en zorgt dat het energieniveau weer op peil gebracht wordt. Als een  mens of dier te lang aan stress wordt blootgesteld spreken we van chronische stress en zijn de cortisol-levels continue te hoog in het bloed wat nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid, denk hierbij bij voorbeeld aan de verminderde functie van het afweersysteem.

 

Cortisol heeft een grote invloed op de stofwisseling. Het heeft effect op de suikerspiegel in het bloed, de vetstofwisseling (opslag en verbranding) en bevordert de afbraak van bepaalde eiwitten in de spieren, zodat deze omgezet worden in suiker wat weer als brandstof (energie) gebruikt kan worden. Verder heeft cortisol een effect op de functie van de nieren en beïnvloedt het hoeveel vocht via de nieren afgevoerd wordt of juist in het lichaam vastgehouden wordt. Ook heeft een te hoge cortisol spiegel een negatief effect op de vruchtbaarheid.

Ziekte van cushing geeft een dikke vacht

Bij het syndroom van Cushing produceren de bijnieren continu te veel cortisol en zoals je hebt kunnen zien heeft dat een groot aantal effecten op het lichaam. De te hoge cortisol productie kan komen door een tumor in de bijnieren of in de hypofyse (een onderdeel van de hersenen). Bij paarden komt in principe alleen de goedaardige tumor in de hypofyse voor en maar heel zelden een tumor van de bijnieren. De tumor in de hypofyse zorgt ervoor dat de hoeveelheid ACTH in het bloed te hoog wordt en dit hormoon zet de bijnier aan tot een te hoge cortisol productie.

typisch verschijnsel van PPID. Maar er zijn meer verschijnselen waar je op kunt letten. Bijvoorbeeld;

Symptomen van syndroom van Cushing

Een krulletjes vacht is een typisch verschijnsel van PPID. Maar er zijn meer verschijnselen waar je op kunt letten. Bijvoorbeeld;
• pijnlijke voorvoeten met een verdenking van hoefbevangenheid
• lusteloos zijn en verminderd presteren
• terug kerende infecties en verminderde afweer
• abnormaal zweten
• verandering van eetlust
• meer drinken en urineren
• verandering van de lichaamsbouw door spierverlies (hangbuik)
• vetstapeling boven de ogen

De belangrijkste verschijnselen zijn; hoefbevangenheid, afwijkende vacht en spierverlies. Dit betekent zeker niet dat deze verschijnselen bij een PPID paard altijd aanwezig zijn.
Paarden met PPID zijn meestal ouder dan 15 jaar maar uitzonderingen zijn wel beschreven. Er wordt gesuggereerd dat 15-30% van de paarden ouder dan 15 jaar aan een vorm van deze aandoening lijdt.

 

Hoe is deze ziekte bij paarden te behandelen?

Gluco balance zorgt ervoor dat de receptoren gevoeliger worden voor insuline waardoor de glucose-opname verbeterd wordt. Ook werkt het regulerend op de lever, dit orgaan speelt een belangrijke rol in de (glucose)stofwisseling. Bij diabetes mellitus is het immuunsysteem verstoord, wat zich vaak uit in een verhoogde vatbaarheid voor infecties en een abnormale wondgenezing. Ook schade aan bloedvaten is een complicatie bij een verstoorde glucosehuishouding, omdat een te hoog glucosegehalte het aantal reactieve zuurstofverbindingen in het bloed sterk laat toenemen. Gluco balance bevat dan ook anti-oxidanten en immuunstimulerende bestanddelen.

Na een jaar is de helft van de eigenaren van mening dat de gezondheidstoestand van het dier verbeterd is. Verbeterd zijn vaak: verharen, toegenomen eetlust, depressie, veel drinken, een dorre vacht en zweten. Klachten die we vaak verergerd zien zijn: doorgezakte rug, vermageren, dorre vacht, afname spieren en een krullerige vacht.

Bij een onderzoek  is gebruik gemaakt van een combinatie van tautopathische inzet van corticotropine (ACTH) en een constitutionele behandeling. In enkele gevallen is alleen constitutioneel behandeld. Naast ACTH zijn Lycopodium, Pulsatilla, Sepia, Sulpher en Natrum muriaticum geadviseerd. Natrium muriaticum is het vaakst geadviseerd.
Van de acht paarden en pony’s die voor dit onderzoek zijn gebruikt hebben er 7 in eerste instantie een goede reactie laten zien. Bij één pony is geen effect gesignaleerd. De verbeteringen hebben bij 5 van de 7 paarden en pony’s duidelijk betrekking op het mentale/emotionele vlak: het paard wordt vrolijker, minder afstandelijk, minder op zichzelf.
Bij de paarden en pony’s die een mentale verbetering laten zien gaat deze verbetering vooraf aan de fysieke verbeteringen.
Bij vrijwel alle paarden en pony’s is er een verbetering opgetreden qua energieniveau: de paarden zijn levendiger, attenter en vitaler geworden.
Bij 5 van de 7 paarden en pony’s is er een verbetering opgetreden op het lichamelijk vlak. De verbeteringen betreffen onder meer normalisatie van het drinkgedrag, vermindering hoefbevangenheid, jeuk verdwijnt, hengstigheid komt terug, goed inzetten van de verharing, vetbulten verdwijnen.

Bij de meeste paarden en pony’s blijven er enkele minder belangrijke klachten bestaan en soms komen er in de loop der tijd nieuwe klachten bij.

Op basis van deze resultaten kan geconcludeerd worden dat homeopathie zeker met succes ingezet kan worden bij de ziekte van Cushing. De meeste paarden en pony’s hebben er baat bij. De verbeteringen zijn soms blijvend, soms tijdelijk. Maar ook bij de tijdelijke verbeteringen lijken de klachten niet meer in de hevigheid van het begin terug te komen. Voortgezette behandeling met constitutionele of klinische middelen heeft dan meestal een positief resultaat gehad. Bij ernstige complicaties is de homeopathische behandeling niet succesvol geweest. Dit kan samenhangen met het gebruik van reguliere medicijnen waardoor de invloed van de homeopathische middelen kan zijn tegengewerkt.

Klinische symptomen:

Begin stadium:

• Verminderd prestatievermogen

• Gedragsverandering/lethargie

• Trager in de rui komen

• Regionale hypertrichosis

• Verandering in  lichaamssamenstelling

• Regionale opstapeling vetdepots

• Laminitis

Gevorderd stadium:

• Lethargie

• Gegeneraliseerde hypertrichosis

• Behoud van wintervacht

• Spieratrofie

• Rond abdomen

• Abnormaal zweten (toe-of

afgenomen)

• Polyurie/polydipsie

• Recidiverende infecties (bv. hoefabces)

• Regionale opstapeling vetdepots

• Onvruchtbaarheid

• Laminitis

• Hyperglycemie

• Neurologische afwijkingen/blindheid

 

Omdat deze patiënten minder goed overweg kunnen met glucose, is een rantsoen met minder zetmeel en suikers aan te raden. De vetvertering en vetstofwisseling functioneert goed, vandaar dat een vetrijk rantsoen mogelijk is.Voor magere paarden is een vetrijk rantsoen met een beperkte hoeveelheid zetmeel en suikers, zoals bijvoorbeeld Sanéqui Muscle, een veilige methode om meer energie te geven. Uiteraard naast een gezond aandeel ruwvoer.

Samenstelling

Sanéqui Muscle heeft een hoog vetgehalte, aangevuld met extra vitamine E en een laag gehalte aan zetmeel en suikers, zodat spiercellen minder glucose (uit zetmeel) opnemen en meer energie uit vetzuurverbranding halen. Dit maakt het paard minder vatbaar voor spierbevangenheid. Het hoge vetpercentage is plantaardig, zoals sojaolie, lijnzaadolie en zonnebloempitten. Deze meervoudig onverzadigde vetten stimuleren het immuunsysteem (o.a. omega- 3 en 6 vetzuren) en zorgen voor een glimmend haarkleed.

Sanéqui Muscle is rijk aan zorgvuldig geselecteerde vezels, die een gezonde blinde en dikkedarmfermentatie ondersteunen. Het bevat een beperkte hoeveelheid hoogwaardig eiwit met een goede aminozuursamenstelling.

De toevoeging van vitamines, mineralen en spoorelementen is aangepast aan de unieke samenstelling van dit speciaalvoer, zodat het alle voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden bevat. Zoals de hoge gehalten vitamine E en selenium in dit voer, noodzakelijk omdat paarden die meer onverzadigde vetzuren opnemen extra antioxidanten nodig hebben. Dit maakt extra supplementen overbodig!

Voeding bevat energie in de vorm van vezels, vetten, zetmeel en suikers. Paarden verteren vetten doorgaans bijzonder goed en vetten leveren 2-3 keer meer energie dan zetmeel en suikers.  Een te veel aan zetmeel en suikers geeft een verhoogd risico op koliek en hoefbevangenheid, iets wat bij vetten praktisch niet voorkomt. In de meeste voeders zit veel suiker en zetmeel.

Geen wortels aangezien deze veel suikers bevatten.

Voedingsmanagement is belangrijk bij paarden met PPID. Dit om het gewicht op een goed niveau te houden en insulineresistentie te voorkomen. Sappig gras is een bron van bepaalde koolhydraten die insulineresistitentie kunnen verergeren. De weidegang bij PPID-paarden met ernstige insulineresistentie of met recidiverende, oncontroleerbare hoefbevangenheid moet volledig worden ontzegd. Zij mogen de weide pas weer in als de insulineresitentie is afgenomen. Paarden met een milde insulinresistentie kunnen beperkt worden geweid en moeten een laag koolhydraathoudend dieet worden aangeboden. Vitamine E aanbieden kan mogelijk een voordelig effect hebben, omdat we aannemen dat PPID ontstaat door bepaalde reacties in het lichaam die voor schade aan de zenuwen in de hypothalamus zorgen. Vitamine E kan helpen bij het ondersteunen van de zenuwfuncties en de schadelijke processen vertragen.

PPID is een chronische aandoening die levenslang blijft bestaan en steeds verergerd. Echte genezing is dus niet mogelijk.

Herfstpiek is een term die tegenwoordig wordt gebruikt voor de tijdelijke verhoging van ACTH in het najaar en de daaraan gerelateerde schommelingen van insuline en glucosewaarden bij paarden met Cushing/PPID.
Dierenartsen en eigenaren weten al langer dat paarden met PPID in het voorjaar en de zomer minder symptomen vertonen dan in de herfst en vroege winter.
Voordat de Herfstpiek als zodanig werd herkend en benoemd, werd najaars-hoefbevangenheid vaak geweten aan het hoge suiker- en of fructaangehalte van het gras.

De EC en IR groep heeft de afgelopen jaren werklijk ontelbaar veel paarden gezien met dezelfde seizoenspatronen van laminitis in de periode van augustus tot november, de herfstmaanden.

De EC en IR Groep heeft echter ook paarden onderzocht die in het najaar laminits ontwikkelden, zonder dat ze gras kregen, noch had er enige verandering plaatsgevonden in het suiker- en zetmeelbeperkt IR- rantsoen van de betreffende paarden.

Alleen Paarden die het hele jaar door een verhoogde ACTH-waarde hebben zijn echte Cushing/ppid gevallen.Uit de documentatie van de EC en IR Groep blijkt echter dat veel paarden met beginnende PPID pas heel geleidelijk een continue verhoogd ACTH niveau vertonen . Maar soms zie je bij deze paarden al jaren voor dat ze werkelijk gediagnosticeerd worden , in de herfst dusdanig verhoogde ACTH-waarden, dat het paard bevangen raakt, de zogenaamde herfstlaminitis. Dit is vaak het eerste teken van vroege PPID – lang voordat zichtbare symptomen- zoals vachtveranderingen- zich voordoen.

2 comments

  1. Astrid Noordhoek

    Geachte lezer,

    Voor zover mijn informatie strekt wordt ppid bij paarden niet veroorzaakt door een tumor, zoals bij cushing bij mensen en honden wel t geval is.
    T gaat om een degeneratie van ik meen de uiteinden van neuronen waardoor eea steeds slechter gaat functioneren. Via de Paardenkamp in Soest is een folder te verkrijgen over ppid bij paarden.

    Mvg, Astrid Noordhoek

  2. Geachte Astrid ,

    Via de site horseinfo ,kwam ik op jouw comment .
    Ik heb een 16 jarige merrie met cushing met een acth waarde 429 .
    Inmiddels heb ik veel gelezen over cushing en jij bent de eerste die van mening is ,
    dat cushing een degeneratie is vd uiteinde van neuronen is . Dit interesseert mij bijzonder.
    Ik heb nl ook al een keer gelezen , dat het met vocht in de hersenen te maken heeft .
    Wel vind ik het vreemd dat nog geen een arts het heeft over de neuronen.
    Mocht jij nog meer aanvullende informatie te hebben hoor ik dat graag .
    Ik denk er nl toch over om mijn paard te laten euthaniseren ,aangezien de behandeling met
    pergolide niet echt aanslaat in die zin dat de bijwerkingen erger zijn dan de kwaal.

    Mvg Marlou Schouten

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*